Eigendom als innovatie

Médor koos heel bewust voor de lezerscoöperatie als eigendomsvorm: “We willen onafhankelijk zijn”

Het nieuwe kwartaalblad Médor richt zich op gedegen onderzoeksjournalistiek over België. Het blijkt een onverwacht succes met een ouderwets businessmodel waarbij de eigendomsvorm een cruciale rol speelt.

Nog voordat het papieren tijdschrift Médor voor het eerst zou verschijnen, werd het eind 2015 al uit de handel gehaald. Dit kwam door een rechtszaak die een farmaceutisch bedrijf aanspande tegen Médor vanwege een kritisch artikel. Het ging om een artikel over de beursgang van het Belgische concern Mithra. Lees voor meer informatie het artikel op Apache.be: Farmareus censureert lastige onderzoeksjournalistiek Médor. Dit veroorzaakte even wat commotie in de Belgische pers. De journalistenvereniging AJP beschreef de rechtszaak als ‘censuur’. De uitspraak van de rechter kostte veel geld en tijd, maar pakte uiteindelijk uit in het voordeel van Médor. De publiciteit die het voorval genereerde, zorgde ervoor dat het tijdschrift goed werd gelezen.

De eerste editie van Médor, die aanvankelijk niet mocht verschijnen van de rechter.
De eerste editie van Médor, die aanvankelijk niet mocht verschijnen van de rechter.

Stijgende lijn

“Inmiddels hebben we tienduizend nummers van de eerste editie verkocht en dat aantal blijft stijgen,” vertelt Céline Decamp, de enige werknemer in vaste dienst bij Médor. Céline Decamp is ‘coordinatrice administratif’, oftewel administratieve coördinator. Ze doet vooral de zakelijke en juridische kant van het bedrijf. “Voordat wij begonnen vertelden deskundigen ons dat we in de kleine markt voor Franstalige Belgische lezers van circa 4 miljoen niet meer dan 3000 nummers zouden verkopen. Dus we konden dit bijna niet geloven.”

Decamp schat dat de totale jaaromzet van Médor in 2016 circa 295 duizend euro zal bedragen en dat de kosten lager dan dat uitvallen. Als de verkoopcijfers gelijk blijven, zal winst worden gemaakt die bestemd is voor investering in de verdere ontwikkeling van het blad. Maar de kans dat de oplage van het eerste nummer – dat bijna altijd het beste verkoopt – wordt gehandhaafd is klein, denkt Decamp.

Meer dan 60 procent van de omzet van Médor gaat naar de betaling van personeel. Het blad is opgericht door een groep van 19 journalisten en vormgevers, die als parttime freelancers en aandeelhouders zijn verbonden aan het kwartaalblad. Daarnaast werken de meesten van hen ook nog voor traditionele media of ze hebben een andere baan.

De oprichters begonnen Médor omdat ze veel van hun vak houden, maar het gevoel hebben dat ze dit tegenwoordig niet meer goed kunnen uitoefenen. Ze creërden hun eigen droombanen door deze organisatie te starten.

Céline Decamp, xxx van Médor. Foto: Mathilde Sanders.
Céline Decamp, ‘coordinatrice administratif’ bij Médor. Foto: Mathilde Sanders.

 

Médor doet niet alleen aan losse verkoop bij honderden boekhandels en theaters, maar heeft ook circa 2900 abonnees en ook dat aantal blijft toenemen. Een jaarabonnement op Médor kost 60 euro en een los tijdschrift 15 euro. Zonder de abonnementen die vooraf al werden betaald, was de lancering van het kwartaalblad onmogelijk geweest, stelt Decamp.

Eigendom

Een andere belangrijke injectie die de start van het blad mogelijk maakte, was het kapitaal dat ontstond doordat lezers aandelen kochten in de coöperatie die Médor uitgeeft.

“Circa 700 lezers ondersteunen Médor als aandeelhouder”, aldus Decamp. “Zij wilden dat dit project van de grond zou komen omdat ze erin geloofden.”

Er is heel bewust gekozen voor de eigendomsvorm van een lezerscoöperatie. “Als je onafhankelijk wil zijn, het volk wilt dienen en iets zinvols wilt bijdragen aan de maatschappij, kies je hiervoor,” stelt Decamp. “We hebben de coöperatie zo ingericht dat een bedrijf met veel geld de macht niet kan overnemen.”

Volgens de Belgische wet mag een coöperatie zoals Médor niet meer dan 6% van de winst uitkeren aan de aandeelhouders. Als een aandeelhouder zijn geld terug wil krijgen kan Médor dat meteen regelen.

Het kantoor van Médor in Brussel. Foto: Mathilde Sanders.
Het kantoor van Médor in Brussel. Foto: Mathilde Sanders.

Stemrecht

De meeste lezers hebben aandelen gekocht van 20 euro en bezitten ongeveer 9% van het totale kapitaal van 85.000 euro. Samen hebben zij echter meer dan de helft van alle stemrechten, omdat de coöperatie werkt via het principe van één stem per aandeel. Andere aandeelhouders hebben meer betaald voor een aandeel dat niet meer stemrechten geeft.

Zo heeft de organisatie Sowescom (la Société Wallonne d’Economie Sociale Marchande) die 46% van het aandelenkapitaal ingebracht, maar één stem als aandeelhouder. Via Sowescom geeft de Waalse overheid financiële steun aan coöperaties die de lokale sociale economie versterken. De investering van Sowescom is een lening die Médor binnen 5 tot 10 jaar moet terugbetalen.

De 19 oprichters bezitten 4% van de aandelen. Een aantal coöperaties bezit 6% van de aandelen. In totaal gaat het om 700 aandeelhouders waarvan circa 5% geen individu is, maar een organisatie of coöperatie.

Lezersparticipatie

De zeggenschap van aandeelhouders over de inhoud van het blad is bij Médor bewust aan banden gelegd. Er zijn twee vertegenwoordigers van de lezers, die door de aandeelhouders zijn verkozen en die de maandelijkse redactievergadering van het blad mogen bijwonen. De redactie probeert altijd consensus te bereiken over de onderwerpen waarover Médor schrijft, maar daarbij hebben de vertegenwoordigers van de aandeelhouders geen stem. Een veto van een redactielid moet wel worden gehonoreerd. Médor heeft geen vaste hoofdredacteur. Het hoofdredacteurschap rouleert. Bij elk nummer van het tijdschrift is een ander redactielid de hoofdredacteur.

“We blijven overleggen totdat iedereen het eens is. In tegenstelling tot bij andere media werken we hier veel meer bottom-up,” aldus Decamp. “Onze artikelen moeten heel sterk zijn; met heel veel bronnen. Het lijkt soms bijna op het uitgeven van een wetenschappelijk tijdschrift met peer reviews.”

Als iets niet ethisch is, heeft Médor er geen ruimte voor. Zelfs de advertenties worden op die manier gescreend. Ongeveer zes pagina’s per tijdschift zijn – tegen een prijs van 7500 euro – voor advertenties gereserveerd, maar daarop kan niet iedereen zo maar zijn waar aanprijzen. Als de adverteerders volgens Médor onethisch zijn of als hun boodschap niet strookt met die van het blad, worden ze geweerd.

Céline Decamp en Ludi Loiseau controleren een drukproef van Médor. Foto: ???
Ludi Loiseau (ontwerper) en Celine Gautier (journalist) controleren een drukproef van Médor. Foto: Sophie Boiron

Niet digitaal

Médor geeft geen digitale editie uit van haar kwartaalblad. Dit is niet omdat ze aan papier beter kunnen verdienen, want naast het drukwerk is ook de distributie van het blad (bijna een derde van de prijs van het blad) zeer duur. Decamp: “Er was een grote discussie over de keuze tussen papier en digitaal, maar voorlopig zijn we begonnen met papier en digitaal komt later.”

De redactie steekt op dit moment bewust heel weinig tijd en geld in de website omdat ze wil focussen op de papieren editie. Slechts een hele beperkte selectie van de circa 128 papieren pagina’s gaat online. Per nummer van ieder tijdschrift is een overzicht gemaakt van artikelen die je alleen kan lezen in het papieren blad.

Op Twitter heeft Médor circa tweeduizend volgers en op Facebook ongeveer tienduizend, dus online is er ook veel interesse voor het blad. Voorlopig laat de digitale versie nog even op zich wachten. “Misschien ontwikkelen we het web nog, maar dat is heel veel werk en we hebben genoeg te doen op dit moment.”


— of — Reageer

Reacties

Leave a Reply